29 oktober 2026
Insulineresistentie is een term die je steeds vaker hoort, vooral als het gaat over afvallen dat maar niet wil lukken. Misschien heb je het gelezen op sociale media, of noemde iemand in je omgeving het als verklaring voor buikvet of moeite met afvallen.
Maar wat is insulineresistentie precies? Hoe merk je het, hoe wordt het vastgesteld en wat betekent het voor je gewicht? In dit artikel lees je wat er in je lichaam gebeurt, wat het onderzoek zegt en wat je eraan kunt doen.
Insuline is een hormoon dat wordt gemaakt door je alvleesklier. Na een maaltijd stijgt je bloedsuiker, en insuline zorgt ervoor dat cellen in onder andere je spieren, lever en vetweefsel die suiker (glucose) opnemen. Zo blijft je bloedsuiker binnen gezonde grenzen.
Bij insulineresistentie reageren deze cellen minder goed op insuline. Je alvleesklier compenseert dat door meer insuline aan te maken. Zolang dat lukt, blijft je bloedsuiker vaak normaal. Je hebt dan wel een hoger insulinegehalte in je bloed.
Lukt het de alvleesklier op den duur niet meer om voldoende extra insuline te maken, dan gaat de bloedsuiker omhoog. Eerst ontstaat dan vaak prediabetes, en later kan diabetes type 2 ontstaan. Insulineresistentie is daarom geen ziekte op zichzelf, maar wel een belangrijke stap op weg naar diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.
Insulineresistentie heeft zelden een enkele oorzaak. Meestal gaat het om een combinatie van aanleg en leefstijl, waarbij de ene factor de andere versterkt. De belangrijkste factoren zijn:
Overgewicht en insulineresistentie versterken elkaar. Extra lichaamsvet kan de werking van insuline verminderen, en een hoog insulinegehalte maakt het lichaam meer gericht op het opslaan van vet. Zo kan een vicieuze cirkel ontstaan. Het goede nieuws is dat die cirkel ook de andere kant op kan draaien: als een van de factoren verbetert, heeft dat vaak ook invloed op de andere.
Het lastige van insulineresistentie is dat je er vaak niets van merkt. Er zijn geen klachten die er alleen bij horen, en veel mensen ontdekken het pas als bij bloedonderzoek een verhoogde bloedsuiker wordt gevonden. Wel zijn er signalen die vaker samengaan met insulineresistentie:
Moeheid, trek in zoet en een dip na de maaltijd worden online vaak als symptomen genoemd. Die klachten zijn heel algemeen en kunnen veel oorzaken hebben, van slecht slapen tot stress of een eenzijdig voedingspatroon. Ze zeggen op zichzelf dus niet dat je insulineresistent bent. Herken je meerdere signalen uit de lijst hierboven, dan is het wel zinvol om dit met je huisarts te bespreken.
Er is geen eenvoudige, standaard test voor insulineresistentie die huisartsen routinematig gebruiken. In wetenschappelijk onderzoek wordt bijvoorbeeld de HOMA-IR berekend, op basis van de nuchtere glucose en insuline. Voor een individuele diagnose is die waarde minder betrouwbaar, en er zijn geen vaste afkapwaarden. Ook tests die je zelf kunt bestellen, geven daarom niet altijd een betrouwbaar beeld.
In de praktijk kijkt een arts vooral naar het totaalbeeld: je gewicht en buikomvang, bloeddruk, cholesterol, nuchtere bloedsuiker of HbA1c, en of diabetes in de familie voorkomt. Een verhoogde bloedsuiker die nog geen diabetes is, wordt prediabetes genoemd. Dat is een duidelijk signaal dat je lichaam moeite heeft met de verwerking van suiker, en een goed moment om in actie te komen.
Twijfel je of dit bij jou speelt? Vraag je huisarts om je bloedsuiker en andere risicofactoren te controleren. Dat is ook verstandig als diabetes type 2 in je familie voorkomt of als je overgewicht hebt.
Ja, dat kan. Insulineresistentie maakt afvallen niet onmogelijk. Wel kan het voelen alsof je harder moet werken voor hetzelfde resultaat. Schommelingen in je bloedsuiker kunnen zorgen voor trek, vooral na maaltijden met veel snelle koolhydraten. Daarnaast is je lichaam bij een hoog insulinegehalte meer gericht op het opslaan van energie. En insulineresistentie gaat vaak samen met andere factoren die afvallen lastiger maken, zoals weinig slaap, stress, de overgang of medicijngebruik.
Het goede nieuws is dat het ook andersom werkt: gewichtsverlies verbetert de gevoeligheid voor insuline. In een groot Amerikaans onderzoek, het Diabetes Prevention Program, ontwikkelden mensen met een verhoogd risico minder vaak diabetes type 2 als ze met leefstijlbegeleiding afvielen en meer gingen bewegen. Je hoeft dus niet je ideale gewicht te bereiken om al gezondheidswinst te boeken.
Wil je meer weten over de redenen waarom afvallen soms zo moeizaam gaat? Lees dan ook waarom afvallen vaak niet lukt.
Insulineresistentie is in veel gevallen te verbeteren, en je hebt daar zelf meer invloed op dan je misschien denkt. Er is geen wondermiddel of supplement dat het oplost. Wat wel werkt, is een combinatie van gewoontes die je lichaam helpen om weer beter op insuline te reageren. Bewegen, voeding, slaap en stress hangen daarbij met elkaar samen. Wie beter slaapt, heeft vaak meer energie om te bewegen, en wie regelmatig beweegt, slaapt vaak beter. Kleine, haalbare stappen werken op de lange termijn meestal beter dan een radicale verandering die je na een paar weken weer loslaat. Hieronder lees je per onderdeel wat het onderzoek zegt en wat je ermee kunt.
Beweging is een van de krachtigste manieren om je insulinegevoeligheid te verbeteren. Actieve spieren nemen glucose op, deels zelfs zonder dat daar insuline voor nodig is. Zowel duurtraining, zoals wandelen en fietsen, als krachttraining helpen. Krachttraining heeft als extra voordeel dat je spiermassa behoudt of opbouwt, en meer spiermassa betekent meer ruimte om glucose op te slaan.
Het effect van een training houdt een tijd aan, maar verdwijnt ook weer als je stopt. Regelmaat is daarom belangrijker dan intensiteit. Een stevige wandeling na het eten, de fiets in plaats van de auto en twee keer per week krachttraining zijn voor veel mensen een goed begin. Lees ook hoe je obesitas medicatie en sporten combineert.
Er bestaat geen speciaal insulineresistentie-dieet dat voor iedereen het beste werkt. Wel helpen een paar principes veel mensen. Kies vaker voor volkoren producten, groente, peulvruchten en andere vezelrijke voeding. Vezels zorgen ervoor dat suikers geleidelijker in je bloed terechtkomen, waardoor je bloedsuiker minder sterk schommelt. Suikerhoudende dranken en snelle koolhydraten, zoals wit brood, koek en snoep, doen juist het tegenovergestelde.
Voldoende eiwit bij je maaltijden helpt bij verzadiging, en het letten op je portiegrootte maakt verschil voor je totale energie-inname. Belangrijker dan welk dieet je kiest, is of je het lang kunt volhouden. Een strenge aanpak die na een paar weken sneuvelt, levert minder op dan een eetpatroon dat past bij je dagelijks leven.
Te weinig slaap en langdurige stress kunnen je bloedsuikerregulatie verstoren. Na een paar korte nachten reageert je lichaam vaak minder goed op insuline, en heb je meer trek in snelle, energierijke voeding. Bij langdurige stress maakt je lichaam meer stresshormonen aan, zoals cortisol, die de bloedsuiker verhogen. Daarnaast maken vermoeidheid en spanning het lastiger om gezonde keuzes te maken en vol te houden.
Aandacht voor je nachtrust en voor momenten van ontspanning is daarom geen luxe, maar een onderdeel van de aanpak. Denk aan vaste slaaptijden, minder schermgebruik in het laatste uur voor het slapengaan en tijd voor dingen die je ontspannen. Meer hierover lees je in onze artikelen over slaap en afvallen en stress en afvallen.
Bij overgewicht kan al een beperkt gewichtsverlies de gevoeligheid voor insuline verbeteren. Dat komt onder andere doordat vooral het vet rond je organen en in je lever afneemt, en juist dat vet speelt een grote rol bij insulineresistentie. Je hoeft dus niet alles in een keer te bereiken om al resultaat te merken in bijvoorbeeld je bloedsuiker of bloeddruk.
Het gaat daarbij niet om een snel resultaat, maar om een gezond tempo dat je vol kunt houden. Te snel afvallen vergroot de kans dat je naast vet ook spiermassa verliest. Lees ook hoeveel kilo per week afvallen gezond is.
Insulineresistentie komt vaak voor bij vrouwen met PCOS (polycysteus ovariumsyndroom). Volgens de internationale richtlijn voor PCOS speelt insulineresistentie een belangrijke rol bij de klachten, ook bij vrouwen zonder overgewicht. Het hoge insulinegehalte kan de aanmaak van mannelijke hormonen in de eierstokken stimuleren, wat bijdraagt aan klachten zoals een onregelmatige cyclus. Leefstijl is daarom een belangrijk onderdeel van de behandeling van PCOS.
Ook rond de overgang veranderen hormonen. Bij veel vrouwen neemt in die periode het buikvet toe, terwijl de spiermassa afneemt. Dat kan de gevoeligheid voor insuline beinvloeden, en verklaart deels waarom afvallen in deze levensfase lastiger kan voelen. Meer hierover lees je in ons artikel over afvallen tijdens de overgang.
Lukt het met leefstijl alleen niet om voldoende af te vallen, en heb je obesitas of overgewicht met gezondheidsproblemen? Dan kan obesitas medicatie een aanvulling zijn. GLP-1 medicatie, en Mounjaro dat werkt via GLP-1 en GIP, helpen onder andere bij het reguleren van eetlust en bloedsuiker. Hoe dat werkt, lees je in wat GLP-1 is en hoe het werkt.
Prediabetes wordt in de Europese productinformatie van Mounjaro genoemd als een van de gewichtsgerelateerde gezondheidsproblemen waarbij behandeling bij een BMI tussen 27 en 30 mogelijk is. In een langlopend onderzoek bij volwassenen met obesitas en prediabetes ontwikkelden deelnemers die tirzepatide gebruikten minder vaak diabetes type 2 dan deelnemers met een placebo.
Obesitas medicatie is geen behandeling voor insulineresistentie op zichzelf, en niet iedereen komt ervoor in aanmerking. Medicatie werkt het best als onderdeel van een traject met aandacht voor voeding, beweging en gedrag. Of het bij jou past, hangt af van je gezondheid en wordt beoordeeld door een medisch specialist.
Heb je overgewicht of obesitas, en hebben eerdere pogingen met voeding en beweging onvoldoende resultaat opgeleverd? Dan kan medische begeleiding een volgende stap zijn.
De begeleiding bij Jouw Leefstijlhulp vindt plaats binnen een multidisciplinaire aanpak met Dr. P.A.M. de Vries, internist-nefroloog en medisch specialist (BIG-registratie 39043284001), Rachel Kuipers, gespecialiseerd verpleegkundige (BIG-registratie 19932171630), en begeleiding op het gebied van leefstijl.
Tijdens de medische intake wordt onder andere gekeken naar je BMI, je gewichtsverloop, je medische voorgeschiedenis, bestaande aandoeningen, je huidige medicijngebruik en mogelijke contra-indicaties.
Via de online screening kun je je situatie doorgeven en bekijken of een medisch begeleid traject mogelijk bij jou past.
Nee. Bij insulineresistentie reageren je cellen minder goed op insuline, maar je bloedsuiker kan nog normaal zijn omdat je alvleesklier meer insuline aanmaakt. Lukt dat niet meer, dan kan prediabetes en later diabetes type 2 ontstaan. Insulineresistentie is dus vaak een voorstadium, maar niet iedereen met insulineresistentie krijgt diabetes.
In veel gevallen kan insulineresistentie verbeteren. Meer bewegen, gezonder eten, voldoende slaap en gewichtsverlies bij overgewicht kunnen de gevoeligheid voor insuline vergroten. Hoeveel verbetering mogelijk is, verschilt per persoon en hangt onder andere af van je aanleg en leeftijd.
Je merkt het vaak niet. Signalen zoals een grote buikomvang, hoge bloeddruk, afwijkende cholesterolwaarden of een licht verhoogde bloedsuiker kunnen erop wijzen. Laat bij twijfel je bloedsuiker en andere risicofactoren controleren door je huisarts.
Er bestaat geen dieet dat voor iedereen het beste werkt. Vezelrijke voeding, minder suikerhoudende dranken en snelle koolhydraten, voldoende eiwit en passende porties helpen veel mensen. Belangrijk is vooral dat je het eetpatroon lang kunt volhouden.
GLP-1 medicatie en Mounjaro kunnen bij mensen met obesitas helpen om af te vallen en de bloedsuiker te verbeteren. Ze zijn niet geregistreerd als behandeling voor insulineresistentie op zichzelf. Of medicatie bij jou past, bespreek je met jouw medisch specialist bij Jouw Leefstijlhulp.
Let op: de informatie op deze pagina is algemeen van aard en vervangt geen persoonlijke medische beoordeling. Bespreek vragen over medicatie of behandeling met jouw medisch specialist bij Jouw Leefstijlhulp.